Webbers redt Polleke

Door Theo-Henk Streng

”Webbers! Webbers! Je moet me helpen!” Angstig kwam buurman Smullers zijn huis uitgestormd.
”Wat is er aan de hand?” vroeg Webbers. Webbie, zijn hondje, blafte.
”De papegaaiman,” zei Smullers. ”Hij heeft Polleke gestolen!”
”Polleke?” vroeg Webbers. ”Wat moet de papegaaiman met jouw kat?”
”Haar opeten, natuurlijk!” zei Smullers. Hij was helemaal in paniek.
Webbers zuchtte diep. De papegaaiman was weer terug. Een enorme papegaai die de buurt al meerdere malen de stuipen op het lijf had gejaagd. De politie maakte dan ook al een tijdje jacht op hem.
”Waar is hij heen gegaan?” vroeg Webbers.
”Naar het bos,” zei Smullers. ”Vast en zeker naar zijn hol. Hoog in de bomen.”
Webbers bedacht zich geen moment.
”Doe voorzichtig!” riep buurman Smullers hem na, terwijl Webbers de tuin uitrende. Zo snel hij kon holde hij naar het bos, met Webbie achter zich aan.
”We moeten Polleke redden,” zei Webbers.
Webbie blafte instemmend. Natuurlijk moesten ze Polleke redden!
Hij rende de stad uit, het bos in. En daar, in de verte, zag hij nog net een blauwe gestalte achter de bomen verdwijnen.
”Daar gaat hij!” zei Webbers.
Webbie gromde.
De papegaaiman hoorde hem en draaide zich om. ”Wat gaan we nu krijgen?” grauwde hij. In zijn vleugels hield hij Polleke, de kat die angstig miauwde. ”Laat me met rust! Ik heb met jullie niks te maken!” Om zijn woorden kracht bij te zetten, opende hij zijn mond. Een rij scherpe tanden werd zichtbaar.
Webbers bleef staan. Webbie ontblootte ook zijn tanden, maar de papegaaiman was niet onder de indruk.
”Wat ga je met Polleke doen?” vroeg Webbers.
”Opeten natuurlijk!”
Webbers schudde zijn hoofd. ”Dat kun je toch niet doen? Die kat is van buurman Smullers. Wat denk je dat hij daarvan vindt?”
De papegaaiman trok zijn schouders op. ”Wat kan mij dat schelen? Ik moet ook eten! Ik ben een hele tijd op de vlucht geweest voor de politie. Ik heb berenhonger!”
Polleke miauwde bang. Webbers wist dat hij niet op kon tegen de papegaaiman. Hij was minstens twee meter groot, en bijna net zo breed! Bovendien had hij zulke scherpe tanden dat hij Webbers vast zo in stukken kon bijten.
”Ik heb een idee,” zei Webbers.
”Ik luister…”
”Je bent toch dol op aardbeientaart?”
”Ja…”
”Nou dan. Dan gaan we nu samen terug naar buurman Smullers. Hij heeft een heleboel aardbeien in zijn tuin staan. Als jij hem Polleke teruggeeft, zal hij vast zo blij zijn dat hij een hele taart voor je maakt.”
Daar moest de papegaaiman even over nadenken. ”Een taart?” vroeg hij. ”Voor mij alleen?”
”Voor jou alleen.”
Hij keek even naar de trillende kat in zijn handen.
”Vind je zo’n kat niet veel te harig?” vroeg Webbers. ”Je bent nog dagen bezig om al die haartjes tussen je tanden vandaan te peuteren. Het lijkt me dat jij wel wat beters te doen hebt.”
”Dat is waar,” zei de papegaaiman. ”Ik moet nog twee truien breien voor de winter. En eigenlijk is het best een lief diertje.” Voorzichtig streelde hij de vacht van Polleke. ”Laten we naar de buurman gaan,” zei hij. ”Dan mag hij een aardbeientaart voor me maken.”
En dat deden ze.
Buurman Smullers was natuurlijk hartstikke blij nu hij Polleke weer terughad. Hij bakte maar wat graag een taart, want zo verkeerd was de papegaaiman ook weer niet. En Polleke kreeg natuurlijk een extra groot stuk.



Einde

Leuke websites

Geen zin om met Webbers te spelen? Klik hier om naar andere leuke websites te gaan.

Spelletjes

Ook leuk: