Webbers en de zonnebloemeter

Door Theo-Henk Streng

”Het is verschrikkelijk,” zei buurvrouw Bloemers. ”Toen ik terugkwam, waren er drie zonnebloemen verdwenen. Allen de steeltjes staan er nog, zie je?”
Webbers keek naar de tuin. Er stonden tien zonnebloemen, netjes op een rij. Maar van drie ontbrak de mooie, gele bloem. ”Hoe komt dat zo?” vroeg hij.
”Ik weet het niet,” zei buurvrouw Bloemers. ”Zou jij dat eens voor me uit willen zoeken?”
”Natuurlijk,” zei Webbers. ”Maakt u zich maar geen zorgen. Webbie en ik zullen ons best doen.”
Webbers nam Webbie mee naar buiten. Ze liepen de tuin uit, maar aan de overkant van de straat bleven ze staan. ”Wat een vreemd verhaal,” zei Webbers. ”Wie steelt er nu zonnebloemen? Zonder steel!”
Webbie blafte ingetogen. Hij wist het vast ook niet.
”We moeten de buurvrouw helpen,” vond Webbers. ”Weet je wat? We gaan in de struiken zitten en wachten af wat er gebeurt!”
En dat deden ze.
De middag was warm en lang, maar al die tijd bleven ze tussen de struiken zitten. Niemand kon hen zien en er kwamen veel mensen voorbij. Buurman Smullers, die een babbeltje maakte met buurvrouw Groen. En bakker Meelsma, die samen met zijn dochter een ijsje ging kopen.
Maar met de zonnebloemen gebeurde helemaal niks.
”Ik snap er niks van,” zei Webbers. Hij wilde juist opstaan, toen buurvrouw Bloemers langs kwam lopen. Ze stapte op haar fiets en reed de tuin uit.
Zuchtend kwam Webbers overeind. Maar op dat moment zag hij iemand de tuin in sluipen.
”Krijg nu wat,” zei Webbers. Het was een klein, geel mannetje met zwarte haren en een zwarte baard. Zijn armen en benen waren groenig en hij was erg dun. Alleen zijn hoofd, dat was rond en groot.
Het mannetje sloop door de tuin en bij de zonnebloemen bleef hij staan. Hij likte langs zijn lippen en voor Webbers hem kon tegenhouden, plukte hij een van de bloemen af. Hij stak hem in zijn mond. Kwijl droop over zijn wangen. ”Hmmm,” zei hij. ”Zo lekker. Zo verschrikkelijk lekker!”
”Jij daar!” zei Webbers. Hij stapte uit de struiken. Webbie blafte boos.
Het mannetje bleef geschrokken staan.
”Wat ben je aan het doen? Die zonnebloemen zijn niet van jou, maar van buurvrouw Bloemers. Dat snap je toch wel?”
Het mannetje kuchte ongemakkelijk. ”Nou sorry,” zei hij. ”Maar ik vind ze nu eenmaal erg lekker. Zo verschrikkelijk lekker!” Hij stak zijn handen uit en wilde er nog een plukken.
”Dat is helemaal niet gezond!” zei Webbers. ”Kijk eens naar jezelf. Je gezicht is geel en je huid groen. Je lijkt zelf wel een zonnebloem!”
Hij keek sip. ”Ik weet het,” zei hij. ”Maar ze zijn zo lekker. Ik kan er niks aan doen. Ik móet ze eten!”
”Dat moet helemaal niet,” vond Webbers. ”De buurvrouw is hartstikke verdrietig. En ik weet iets wat veel lekkerder is. Hier, loop eens met me mee.”
Het mannetje volgde Webbers naar de groentetuin.
”Kijk eens. Bloemkool, worteltjes en andere groenten. Die groeien ook in de tuin, maar daar kun je er niet genoeg van eten! En geloof mij maar, ze zijn net zo lekker! Misschien wel lekkerder!”
”Eerlijk?” vroeg het mannetje.
”Daar is buurvrouw Bloemers,” zei Webbers. ”Vraag maar aan haar of je wat mag proberen.”
Toen buurvrouw Bloemers hoorde dat dit mannetje haar zonnebloemen had opgegeten, was ze wel even boos. Maar toen hij beloofde het niet meer te doen en een bos bloemen voor haar te kopen, kon ze het hem vergeven.
”Weet je wat?” vroeg ze. ”Als jij vanavond langs komt, met een bos bloemen, maak ik lekkere groenten voor je klaar. Wat zeg je daarvan?”
Dat zag het mannetje wel zitten. Tevreden ging Webbers naar huis. Hij had ineens ontzettend veel trek in een kopje groentesoep.




Einde

Leuke websites

Geen zin om met Webbers te spelen? Klik hier om naar andere leuke websites te gaan.

Spelletjes

Ook leuk: